Gentiaanblauwtje | De Groote Heide

Het gentiaanblauwtje

Het gentiaanblauwtje is een mooie vlinder, maar is de afgelopen jaren sterk afgenomen in aantal. Daarom werken De Vlinderstichting, natuur beherende organisaties, particulieren landeigenaren, vrijwilligers en de overheid samen voor de bescherming van deze bijzondere vlinder. Het gentiaanblauwtje komt voor in natte heide en schraallanden. 

Rups gentiaanblauwtje

De rups van het gentiaanblauwtje is afhankelijk van de waardmier en de waardplant. Hierdoor is de vlinder afhankelijk van drie verschillende leefgebieden. Dit is de reden dat de vlinder de laatste tientallen jaren flink is afgenomen in aantal en op dit moment ook beschermd is. 

Gentiaanblauwtje

Het gentiaanblauwtje vliegt in één generatie per jaar van juni tot half augustus. De bijzondere vlinder verspreidt zich nauwelijks. Voordat de bloemen van de klokjesgentiaan zich openen, worden de eitjes er al op afgezet. De hoogste knoppen van de klokjesgentiaan krijgen de voorkeur van de vlinders. Vanuit het ei vreten de rupsen zich na een week door de eiwand naar het vruchtbeginsel van de klokjesgentiaan. Hier verblijven ze vervolgens enkele weken. Niet iedere rups overleeft dit, omdat er gebrek aan voedsel is voor alle rupsen die er zijn. 

De rups heeft zich op de grond laten vallen en onder gunstige omstandigheden wordt de rups nu door de knoopmier van het geslacht Myrmica geadopteerd. Aan beide weerzijden van de grens is dit voornamelijk de bossteekmier. Als deze het niet doet zijn er nog alternatieven, namelijk de ruwknoopmier en de rode steekmier. De rupsen blijven vervolgens tot de volgende zomer of een jaar later in het mierennest. Uit zo’n nest kunnen wel 20 vlinders komen, maar vaak blijft dit steken op en handjevol die het geluk hebben uit te groeien tot een gentiaanblauwtje. Een rede waarom er maar enkele uitgroeien tot vlinder is dat de mieren ze aanvallen nadat ze zijn uitgekomen. Ze moeten hierna dus zo snel mogelijk weg om te overleven. 

Het gentiaanblauwtje komt voor in natte heide, vochtige heischraal grasland en blauwgrasland. Leefgebieden van de vlinder zijn vooral dekzandgebieden van natte laagten en de overgangen van hogere zandgronden naar beekdalen of veengebieden. Deze komen voor in De Groote Heide. In het Brabants/Limburgs landschap zijn bijvoorbeeld verschillende beekdalen te vinden zoals de Warmbeek/Tongelreep en de Dommel. De huidige leefgebieden van het gentiaanblauwtje zijn vooral te vinden in hogere zandgronden en in grotere heidegebieden van 25 ha. In kleine gebieden verdwijnt de vlinder sneller dan in grote gebieden die aan elkaar gesloten zijn. Wat een fijn vooruitzicht dat de gebieden van De Groote Heide goed aangesloten zijn of worden in de toekomst. Neem het voorbeeld van de Strabrechtse Heide en het Leenderbos. Hier wordt hard gewerkt aan verbetering van de corridors. 

Sitemap
x
Wij gebruiken cookies. Klik hier voor meer info.