Beuk | De Groote Heide

Beuk

De beuk behoort net als de eik en kastanje tot de loofbomen en is een plant uit de napjesdragersfamilie. Van oorsprong komt de boom al uit Europa. De beuk kan ongeveer 46 meter hoog worden. Het is een dunne bast en de stam kleurt grijs en is glad. Bij plotse blootstelling aan zonlicht is de boom, door zijn dunne bast gevoelig voor schorsbrand. Het blad van de beuk is veernervig, licht gegolfd en licht glanzend. 

Beukennoot

Eekhoorns gebruiken beukennootjes als wintervoorraad. Op deze manier vindt de verspreiding van de beuk plaats. Soms vergeet een eekhoorn namelijk waar hij zijn buit heeft verstopt of komt hij te overlijden. Hierdoor kan er een mooie beukenboom groeien. De noten zijn klein en kunnen door mensen worden gegeten.

Beuk

Voor het bestaan van een beuk is de grond waar die op staat erg belangrijk. Het moet een vochthoudende, goed doorlatende bodem zijn. Hoge waterstanden en droge zandgronden kunnen namelijk het einde van het bestaan van de boom betekenen. 

Mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten aan deze boom, dat wil zeggen dat de plant eenhuizig is. Knoppen die op de boom zitten zijn langwerpig en geschubd. Bestuiving van de beuk vindt plaats via bestuiving door de wind. Bij een beuk horen natuurlijk beukennootjes, deze worden omsloten door napjes (daarom behoort de beuk tot de napjesdragersfamilie). De napjes bestaan uit vruchtbladen en schutbladen. Per napje zijn er vier beukennootjes, als de nootjes rijp zijn openen de napjes zich en vallen de nootjes eruit. 

Zinvol feitje over de beuk dat ooit nog je leven kan redden. Als het onweert en bliksemt moet je nooit onder een eik gaan staan, maar onder een beuk. Een eik heeft namelijk veel langere wortels, hierdoor staat de boom beter in contact met het grondwater waardoor het een beter doelwit is voor bliksem om op in te slaan. De beuk heeft dus niet zo’n lange wortels en is dus veiliger tijdens een onweersbui. 

Sitemap
x
Wij gebruiken cookies. Klik hier voor meer info.